De zaterdag begint met mooi voorjaarsweer. Om tien uur gaat het hek open voor de bezoekers dus zorgen Vicky en Charl dat ze al om een uur of negen op de zorgboerderij aanwezig zijn. Charl is op de fiets erheen gereden want de drie kistjes moesten op de bijrijdersstoel naast Vicky gestapeld worden.
Op de parkeerplaats naast de boerderij staat ze te wachten tot hij van zijn fiets stapt.
‘Kom maar mee, Sjarlie,’ zegt Vicky, ‘dan hou ik de poort open.’
Charl tilt de stapel kisten uit het brommobiel en loopt achter haar aan.
Eenmaal op het erf wijst Vicky naar de openstaande deuren van de grote schuur. ‘Ik denk dat Johan daarbinnen is. Hij weet precies waar er een plekje voor jou is.’
‘Ok.’ zegt Charl een beetje zenuwachtig en loopt met de stapel timmerwerk voor zijn buik langzaam naar de schuur. Het doet hem een beetje denken aan de Berendhoeve want ook hier hangt boven de deur een mooi bord op de gevel. “Zorgboerderij Landman” staat er op, met daaronder in iets kleinere letters: “Mens, Dier & Liefde – Samen onder één dak”. Charl voelt de trots even opvlammen. Dat Vicky hier werkt op zo’n mooie boerderij.


Hij loopt de schuur binnen, maar daar is het nog behoorlijk donker. Achterin ziet hij een groen vierkant lampje branden boven een dubbele deur. In het flauwe schijnsel ziet Charl een grote man met zijn rug naar hem toe staan. Hij staat wat te frunniken met twee handen voor zijn buik, maar Charl kan niet goed zien wat hij aan het doen is. Hij komt langzaam dichterbij en hoort de man zachtjes foeteren.
’Klôotedings, tis ok altèd wa met diejen ouwe meuk.’
Charl moet aan Elbert op het werk denken die ook altijd zo in zichzelf scheldt, maar deze man is heel wat breder en sterker gebouwd. Hij besluit om even stil te staan en zachtjes te kuchen om zijn aandacht te trekken. Zodra hij kucht ziet hij de man zich een hoedje schrikken. Zijn hoofd verdwijnt tussen de brede schouders terwijl het hele lijf een beetje samenknijpt. Op hetzelfde moment gaat er in de schuur een hele sliert met gekleurde lampjes branden. Rode, gele, blauwe en groene feestverlichting die aan twee kanten van de ruimte in grote lussen aan het houten plafond is opgehangen.
‘Nondeju!’ roept de man uit en draait zich vliegensvlug om. In zijn handen heeft hij het einde van de sierverlichting en een stekkerdoos. Blijkbaar was zijn schrikreactie voldoende geweest om de stekker in de contactdoos te prikken want de kerel kijkt eerst naar de gekleurde lampjes en dan naar de stekkerdoos in zijn handen.
‘Kreg nouw wè…’ Dan richt hij zijn blik op Charl en fronst.
‘Euh, sorry dat ik je laat schrikken, maar ik kom voor de poldermarkt.’ zegt Charl.
‘Dan bende veuls te vruug, om tien uur goat de deur aope.’ snauwt de kerel. Hij laat de stekkerdoos op de grond vallen en wappert met zijn handen voor zich uit terwijl hij op Charl af komt lopen. ‘Vort, dur uut. Opzoute!’
Charl zet een paar passen achteruit als hij op dat moment een stem achter hem hoort. ‘Hier wordt het al gezellig zie ik.’
Beide mannen stoppen hun beweging en kijken naar de nieuwe binnenkomer.
‘Mooi zo die lampjes, Wes.’ zegt een kleine blonde vent van een jaar of veertig. Hij loopt met zijn handen in zijn broekzakken de schuur in en kijkt goedkeurend om zich heen. De grote man knikt even en wijst dan op Charl die nog altijd met die steeds zwaarder wordende stapel kisten in zijn handen staat.
‘Ik stuur den diejen net heen, chef.’
De blonde man loopt op Charl af en zegt ‘Nee joh, dit moet Charlie zijn, toch?’
Charl knikt en voelt dan de stapel in zijn handen een stuk lichter worden omdat de man er een kist vanaf tilt.
‘Hoi, ik ben Johan. Wes, pak jij ook even een kist?’
De grote vent reageert niet meteen maar kijkt Charl even achterdochtig aan.
‘Charlie komt vandaag ook meehelpen op de markt. Wat kom je ook alweer verkopen?’ vraagt Johan hem vriendelijk.
Wes pakt met tegenzin een kist van de stapel, kijkt er even in en bromt tegen Charl ‘Hm, kietjes veur schaitlijsters.’
Johan kijkt om. ‘Wat zeg je Wes?’ Maar die schudt zijn hoofd en loopt zwijgend achter de twee mannen aan.
‘Vogelhuisjes,’ zegt Charl, ‘zelf gemaakt.’
Achter hem blijft het nu stil maar Johan fluit goedkeurend.
Eenmaal op het erf loopt Johan naar een houten schuurtje wat schijnbaar als opslag wordt gebruikt. Aan de buitenkant staat echter een kleine houten tafel en daar zet Johan de volle kist op.
‘Zo, dit lijkt me een mooi plekje voor je Charlie.’
Terwijl de andere kisten op tafel worden gezet pakt Johan een vogelhuisje uit de eerste kist. Hij kijk er goedkeurend naar en houdt hem dan voor de houten zijwand van de keet. ‘Wat denk je ervan om wat spijkers in deze planken te slaan en dan je huisjes ten toon te stellen?’
Charl is blij verrast met het goede idee en knikt enthousiast.
‘Wes, als jij nou je hamer en spijkers uit de werkplaats haalt, dan kan je Charlie even helpen met alles op te hangen, ok?’
Terwijl Wes zich zuchtend omdraait om het gevraagde gereedschap te halen geeft Johan een boks aan Charl.
‘Dit wordt een mooie dag.’
Charl knikt en zegt ‘Dankuwel hoor. Ik ga mijn best doen met de verkopen.’
Johan geeft hem een vriendelijk knikje.
‘Je hoeft geen u tegen mij te zeggen hè. Ik ben dan wel de chef hier, maar iedereen noemt me gewoon Johan.’
Charl haalt verlegen glimlachend zijn schouders op en gaat dan aan de slag met het uitpakken van de kistjes terwijl Johan op een fiets afloopt die op het erf ligt. Charl kijkt hem na en denkt ‘Dat is iemand die graag een ander helpt, dat is duidelijk.’ Hij ziet hem de fiets overeind zetten, maar het lijkt er op dat het niet helemaal lukt. Na een tweede poging smijt Johan het rijwiel weer tegen de grond zodat het weer net zo plat op het erf ligt als ervoor. Johan kijkt geïrriteerd om zich heen, maar heeft dan door dat Charl hem aankijkt. Meteen is zijn gezicht weer vriendelijk en geeft hij quasi boos een zacht schopje tegen het voorwiel waarna hij in de werkplaats verdwijnt. Het wiel draait zacht piepend een paar rondjes en komt weer tot stilstand.
Charl haalt zijn schouders op en gaat aan de slag. De lege kisten stapelt Charl op zodat hij er op kan zitten. Het bordje wat hij thuis al had beschreven legt hij op de tafel tussen de vogelhuisjes. Dan pakt hij twee huisjes op en houdt ze op ooghoogte voor de houten wand. Op dat moment komt er een grote knuist in zicht die een spijker tussen duim en wijsvinger houdt en deze precies in het geboorde gaatje van een van de vogelhuisjes prikt. Dan volgt er een tweede behaarde hand met een flinke hamer waarmee de spijker drie ferme tetsen op zijn ijzeren kop krijgt.
‘Zo, vogelbaassie, den erste hangt.’ bromt Wes met een zware stem terwijl hij uit zijn borstzakje alweer een tweede spijker opdiept en Charl vragend aankijkt waar de volgende moet komen.

Aan de overkant van het erf staat de hooiberg. Een puntdak van golfplaat wat over vier palen naar boven en beneden kan worden bewogen. Aan een van de palen is een dik touw opgebost waarbij het stevig in een klem is vastgesnoerd. Boven die klem loopt het touw via twee katrollen naar de nok van het dak. Daaronder zijn aan drie zijden hooibalen als muren opgestapeld. In de ruimte die zo is ontstaan liggen diverse losse balen hooi en stro en er staat een tafel en stoel in het midden. Vicky is druk bezig met een slordige berg jute zakken netjes op te stapelen.
Aan de overkant ziet ze “haar mannie” druk in de weer met Wes en ze hoort het timmeren met de hamer. ‘Joehoe!’ roept ze naar de overkant. Ze moet nog een keer roepen voordat beide mannen naar haar omkijken en zwaait dan. Ze ziet Charlie en Wes allebei terugzwaaien waarna ze weer doorgaan met hun werkzaamheden. Dat was de bedoeling niet. Ze heeft hulp nodig met het ophangen van het spandoek.
Gisteren heeft ze in de werkplaats een oud wit laken beschilderd met grote letters. ‘Hooi en Strooi te koop’ staat erop. En nu moet een van de mannen haar even helpen om dat tussen de palen van de hooiberg op te hangen. Een beetje hoog zodat iedereen het kan lezen. Als alle zakken netjes liggen steekt ze het erf over en komt ze precies op tijd om Charl te horen zeggen ‘Ze hangen mooi zo, bedankt hoor.’
Wes bromt terug ‘Nou maor hoope dajje der nie eene verkoop.’
Charl kijkt opzij wat hij daar nou mee bedoelt en ziet dan dat Vicky tussen hen in is komen staan.
‘O, wat gezellig!’ roept die als ze wel acht vogelhuisjes in allerlei kleuren tegen de keet ziet hangen.
Wes kijkt nu ook opzij en zegt ‘Hé Vick, gij bent er ok weer vendaog.’ Hij steekt een knuist uit waarmee hij over haar schouder aait.
‘Hoi Wes, wil jij mij zo even helpen?’ Ze kijkt hem aan terwijl ze haar hoofd een beetje schuin houdt. Zijn ogen worden groot en hij knikt snel.
‘Allicht Vick, wa kendik vur oe duun?’
‘Mijn spandoek ophangen, ga je mee?’ hierbij draait Vicky naar Charl en geeft hem een zoen op zijn wang.
‘Leuk hè, op de boerderij?’ zegt ze en dan loopt ze terug naar de hooiberg.
Wes schuif zijn onderkaak nog een centimeter of wat naar voren en kijkt met een vierkante kop naar Charl.
‘Dus oe ist diejen Sjarrel?’ bromt hij.
Charl knikt langzaam en weet niet goed wat hij ervan moet denken. Dan draait Wes zich langzaam om en loopt zonder iets te zeggen Vicky achterna.

De poldermarkt was weer een groot succes. Voor tien uur kwamen er steeds meer medewerkers om hun kraampjes in te richten en nog wat op te ruimen en toen het hek eenmaal openging stonden de eerste bezoekers al te wachten.
Sommigen bleven maar even en kochten alleen een zak stro bij Vicky of een pondje kaas bij Jo en Andries in de schuur. Anderen bleven de hele dag en kletsten met alle marktlui, dronken koffie en haalden een belegd broodje bij de bakfiets van Annette.
Die had een groot bord staan waarop te lezen stond ‘Broodje van Kootje’. Maar als iemand vroeg ‘Wie is Kootje?’ dan haalde ze haar schouders op.
‘Ik ben Annette,’ zei ze dan, ‘ik kan rijmen en broodjes smeren.’
Dat was allebei waar. Ze smeerde heerlijke broodjes die ze belegde met ham, kaas of een gekookt eitje. ‘Eitje er bijtje?’ vroeg ze dan.
Er was een bezoeker die grappig wilde zijn en aan haar vroeg ‘Zeg Annet, heb je ook een broodje kroket?’ Ze fronste even met haar wenkbrauwen en schudde haar hoofd.
‘Nee, alleen wat hier op het bord staat.’ zei ze en ging weer vrolijk verder met smeren.
Er waren ook medewerkers van de zorgboerderij die minder zelfstandig waren en geen kraampje hadden. Die hielpen wel mee met inpakken en opruimen. Ook lieten ze nieuwsgierige bezoekers zien waar de stallen voor de schapen en de geiten waren. De grote kippenren en de werkplaats waar altijd werkjes voor de gemeente werden gedaan, konden ook worden bezocht.
Mevrouw de Wit, de directrice, liep de hele dag trots rond en zag dat onder leiding van “Chef levende have” Peter, “Chef tuinen” Marlies en “Chef muur en dak” Johan alles gesmeerd verliep. Waar tegenwoordig in iedere instelling “Managers” rondliepen had mevrouw de Wit gekozen voor begrijpelijke functiebenamingen.
Bij ieder kraampje was een klein geldkistje neergezet met wisselgeld. De spullen die verkocht werden, waren grotendeels bekostigd uit de kas van de zorginstelling. Een paar kleine ‘ondernemers’ zoals Charl hadden zelf onkosten gemaakt voor hun koopwaar. Dat hadden ze van tevoren op moeten geven zodat ze na afloop konden worden terugbetaald.
Om vier uur ging het hek weer dicht en kon alles worden opgeruimd. Maar voordat alle medewerkers weer naar huis gingen hield Mevrouw de Wit een korte toespraak.
‘Het was een fantastische dag,’ zei ze, ‘en iedereen heeft weer ontzettend zijn best gedaan en hard gewerkt. Ik ben dan ook heel erg trots op jullie allemaal.’ Hierbij noemde ze uit haar hoofd alle namen van de medewerkers.
‘Wie weet nog hoe hoog de opbrengst was van onze vorige poldermarkt?’
Op haar vraag gingen er een paar vingers de lucht in terwijl er ook door een paar mensen allerlei bedragen werden geroepen.
‘Honderdduuzend guld!’ riep Alfons boven het gekrakeel uit. Hij werkte al bijna dertig jaar op de boerderij en had gelukkig meer verstand van schoffelen.
Annette van de broodjes stond op haar tenen met twee handen in de lucht en riep ‘Mevrouw de Wit, ik weet het, ik weet het!’
‘Chef levende have’ Peter stak ook beide handen in de lucht met de bedoeling om iedereen weer tot stilte te manen.
Mevrouw de Wit wees en zei ‘Jij weet het nog Annette? Zeg het maar.’
Die haalde diep adem, dacht even na en sprak ‘We waren allemaal zo blij als een kind, want we hadden driehonderdveertig euro winst.’
Haar gezicht betrok even omdat ze merkte dat de rijmwoorden niet helemaal vlot liepen, maar er ging een klein applausje op en mevrouw de Wit zei ‘Wat kan jij overal toch een mooi gedicht van maken Annette. Dankjewel, en je hebt gelijk hoor. Dat was de opbrengst van vorige maand.’
Hierop ging er een iets groter applaus op waardoor de broodjesverkoopster een kleur op haar wangen kreeg.
‘Maar wat denken jullie, hoeveel winst hebben we vandaag gemaakt?’
Peter stak alvast zijn handen omhoog omdat hij vermoedde dat er opnieuw een druk geroep zou losbarsten. Het bleef echter opvallend stil omdat iedereen bedachtzaam stond na te rekenen wat ze die dag ongeveer verkocht hadden. De directrice keek haar ondergeschikte chef met vragende ogen aan.
‘Euh, jij wilt een gokje wagen Peter? Maar, je hebt toch net zelf…’ en daarbij maakte ze met haar handen een gebaar alsof ze briefgeld stond te tellen.
Peter schudde zijn hoofd en liet snel zijn handen zakken. Hierop keerde mevrouw de Wit zich weer tot haar toehoorders en vroeg.
‘Zal ik het maar verklappen dan?’
Een eenstemmig knikken viel haar ten deel. Ze wachtte nog drie seconden en zei toen met grote nadruk op alle g-klanken.
‘AggggthonderdAggggtien euro vijftiggggg…’
Het was opnieuw even stil waarna er een groot gejoel ontstond. Charl kreeg een high-five van Bas die de hele dag bij zijn kraampje vogelgeluiden had staan imiteren. ‘Dat iss goed voor de verkoop.’ had hij met slissende stem gezegd, waarna hij vol overgave een slissende merel en een slissende duif na had gedaan. Vicky liet haar spierballen maar weer eens zien, Wes deed net alsof hij met een hamer op zijn hoofd sloeg, gelukkig had hij zijn gereedschap net opgeborgen. En zo vierden alle medewerkers wel een klein feestje na het horen van de megawinst.
‘Ik ben zo ontzettend trots op jullie, of heb ik dat al gezegd?’ riep mevrouw de Wit in een poging om boven iedereen uit te komen.
‘Jahaa…’ knikte achter haar rug ‘Chef levende have’ heftig, maar hij hield dit keer zijn handen in zijn broekzakken.

Die avond zitten Vicky en Charl uitgeput op de bank in de woonkamer. Van de achttien vogelhuisjes had hij er weer zes mee naar huis genomen, maar de andere twaalf had hij vandaag verkocht, voor tien euro per stuk. Daarvan was zes euro voor de boerderij, zodat hij alleen al, meer dan zeventig euro had bijgedragen in de winst.
Vicky heeft hem al wel tien keer een zoen gegeven. Zo blij is ze met hem en zijn vogelhuisjes. Ze had vandaag zelf heel wat jute zakken gevuld en na afloop mocht ze een zak stro en een zak hooi mee naar huis nemen. Die staan inmiddels in de schuur zodat de Vlaamse reuzen deze week een keertje extra verschoond zullen worden. Maar niet vandaag want het duurt niet lang of Charl ligt te snurken op de bank. Vicky kan ook nog maar amper haar ogen openhouden. Ze trekt Charl aan zijn arm en zegt ‘Kom lieffie, we gaan naar bed.’

3 comments on “Werk in uitvoering -03- Wes

  1. Wat een gezellige geslaagde poldermarkt voor deze mensen van de zorgboerderij..geweldig. En als ik er was geweest had ik zeker een zak stro en een vogelhuisje gekocht.

  2. Mooi werk en mooi uitgevoerd. Dit is een rustig verhaal, ben benieuwd hoe dat te rijmen is met de andere spannende.beginsels. Daag groeten van Ma Harmans

  3. Dit was zeker een on-spannend verhaal… zalig om te lezen weer, word er gewoon rustig van. Wat voor wending het gaat krijgen?? Kannie wachtù opt vervolg.
    Kus
    Wilco

Reageer