Breedteschrijfsels I

Achterstallig onderhoud -14- Ellie

De vrijdag begint rustig. Aan de eettafel schrijft Charl eerst een boodschappenlijstje waarna hij warm ingepakt op zijn fiets stapt richting dorp. Na het gebruikelijke rondje over de markt bezoekt hij de buurtsuper waar hij uiteindelijk in de rij voor de kassa staat te wachten met zijn mandje levensmiddelen. ‘Nog een paar weekjes!’ hoort hij Ellie zeggen tegen een jongen die zijn mandje uitlaadt op het bandje voor de kassa. ‘Jazeker!’ zegt de jongen enthousiast. ‘Hoe ga jij dit jaar? Je hebt vast wel weer iets geks verzonnen.’ Ellie pakt één voor één de zakjes en doosjes van de band om ze met een handscanner in de kassa in te lezen. ‘Dat moet een verrassing blijven hè.’ zegt ze. De jongen haalt zijn schouders op. ‘Ik ben benieuwd hoor. Wij moeten nog even flink aan de slag met de wagen, maar het wordt wel wat.’ Het bandje is tot aan het volgende plastic balkje leeg gebliept zodat er afgerekend kan worden. Als de jongen zijn tas heeft volgeladen, groet hij de kassajuffrouw en is Charl aan de beurt. ‘Hoi Ellie.’ ‘Hallo Charl.’ zegt ze. ‘Vicky en jij zijn nooit zo van de carnaval, is het wel?’ Hij schudt zijn hoofd en zegt ‘Nee, nog nooit aan meegedaan.’ ‘Geeft niks hoor,’ vertrouwd Ellie hem toe, ‘jullie zijn zo al heel leuk en gezellig.’ Charl moet even nadenken wat Ellie nou precies bedoelt, maar die zegt, terwijl ze de kassabon afscheurt, alleen maar ‘Dat is dan dertig euro en vijftien cent.’ Charl rekent af en doet de boodschappen in de tas. ‘Dag Ellie, tot volgende week.’ ‘Dag lieverd, fijn weekend hoor.’ Met zijn opdracht voor aanstaande zondag in het vooruitzicht denkt Charl ‘Of het ook een leuk en gezellig weekend wordt valt te bezien.’ Terwijl hij de deur uitloopt, hoort hij Ellie alweer zeggen ‘Goeiemorgen mevrouw van Dongen, de eierkoeken zijn vandaag in de aanbie…’ De deur sluit achter hem en met een volgeladen fiets gaat Charl weer op huis aan.

Op vrijdagmiddag komt Vicky altijd een uurtje vroeger thuis. De zorgboerderij sluit wat eerder zodat alle medewerkers op tijd met weekend kunnen. Charl heeft voor vandaag twee kleine opdrachten voor zichzelf in petto. Van de eerste mag Vicky niets weten dus die moet hij uitvoeren voor ze thuis komt. De tweede heeft alles met zijn nieuwe werk op de hoeve te maken. Morgen is het zaterdag en dan wordt hij daar de hele dag verwacht. Hij heeft geen zin het langer te verzwijgen, ook omdat hij bang is dat hij zich een keer verspreekt. Vanmiddag bij de koffie zal hij het vertellen. Ze moet ook wel van de Berendhoeve weten, want zondag heeft hij haar hulp nodig om Snorremans op te ruimen. ‘Dat wordt nog wel een dingetje.’ denkt Charl, waarna hij zijn zorgen even van zich afschudt en de schuur in duikt. Op het konijnenhok heeft hij maandagmiddag het kleine vierkante doosje verstopt. Toen hij op de fiets naar huis reed, wist hij nog niet wat hij er mee aan moest en om het zomaar, langs de kant van het fietspad weg te gooien, kon hij niet over zijn hart verkrijgen. Toen hij gisteren Bettina op het strooiveld bezig zag, kreeg hij opeens een goed idee. Hij pakt de schep en loopt naar de winterroos op het lege grafje. Met een paar steken zet hij de plant even opzij waarna hij terug de schuur in loopt waar hij het zakje as van Marie uit het doosje haalt. Dan gaat hij naar de kuil en strooit voorzichtig het grijze gruis in de grond. ‘Zo Marietje, nu ben je toch weer terug in onze tuin.’ Hij herinnert zich de woorden van Vicky toen ze de poes begroeven en hij vindt het gepast om die woorden nu te herhalen. Voor zijn gevoel maakt hij daarmee het gesjouw met Marie en het verzwijgen voor Vicky daarvan een beetje goed. ‘Je was onze allerliefste poes. Ga nu maar lekker slapen.’ Hij zet de winterroos weer op zijn plek en brengt de schep in de schuur. Het grijze doosje vouwt hij plat en legt het buiten op de oude vuurschaal waar ze op een mooie zomeravond weleens samen omheen zitten. Uit de keuken haalt hij een pakje lucifers en steekt dan het karton in brand. ‘Zo, dit bewijs is alvast vernietigd’ denkt hij, terwijl hij naar de vlammetjes staart. Hij weet nog niet dat hij later die dag naar een nog veel groter vuur zal staren.

‘En hoeveel verdien je daar dan mee?’ vraagt Vicky nieuwsgierig. Charl heeft haar net verteld over zijn werk en moet nu antwoord geven op allerlei vragen. ‘Nou genoeg om binnenkort wat planken te kopen en de schuur op te knappen.’ antwoord hij. ‘De schuur? Maar we zouden toch gaan sparen voor een nieuwe bank?’ Charl wil reageren maar Vicky is hem voor. ‘En we zouden toch nog een keer naar Disneyland Parijs gaan. Dat kan dan toch in de zomervakantie, toch?’ Alle mogelijke bestemmingen voor het extra inkomen lijken hem wel wat, maar hij wil het met Vicky ook over dat andere hebben. Datgene waar ze hem op zondag mee moet helpen. Dat volgende hoofdstuk van zijn verhaal. Terwijl Vicky nog allerlei vragen stelt, overpeinst Charl wat hij haar nu precies wel en wat hij haar niet kan vertellen. Hij besluit om de opdracht van zondag nog even onbesproken te laten. Het nieuws van zijn nieuwe werk houdt Vicky al genoeg bezig. Laat staan dat hij nu ook weer over de man begint die zij heeft gewurgd. Tot nu toe weet ze niet eens dat hij die kerel al een week lang achter de schuur verborgen houdt. En omdat Vicky verbazend snel de gebeurtenissen lijkt te hebben verwerkt en vergeten, is het misschien maar beter om dat zo te laten. Charl besluit om zijn verhaal een wending te geven. Niet heel groot, maar wel zo dat er toch een ‘eind goed al goed’ kan worden verteld.

Ze zijn redelijk vroeg naar bed gegaan. Normaal gesproken zetten ze de wekker uit in het weekend, maar nu zal Charl er toch op tijd uit moeten. Vicky slaapt zoals gewoonlijk snel, maar Charl ligt nog een tijdje naar het plafond te staren. Stel dat iemand hem ziet tijdens de opdrachten die in het verschiet liggen. Is het allemaal niet te veel risico en wat gebeurt er als hij betrapt wordt. En misschien nog wel erger, wat gebeurt er met Vicky, als men er achter komt wat ze heeft gedaan. Zijn concrete gedachten gaan langzaam over in een dromerige halfslaap. Hij zit op de fiets. Zijn fietstassen zijn zwaar beladen, maar waar komt hij vandaan? Hij stopt even op de stoep bij Bakker van Gestel en slaat een flap van een tas omhoog. Er zitten papieren zakken in die gevuld lijken met broodjes, maar als hij er eentje openmaakt zitten er drie dode marmotten in. Hij slaat de andere flap ook omhoog en daar ziet hij een rode plastic zak. Zo eentje waar hij op de markt altijd de krop andijvie in doet. Hij tilt de zak op, maar er klopt iets niet. De zak is veel te zwaar. Hij opent de zak en steekt zijn hand er in. Hij voelt een zacht vachtje, is dat nou een konijn of… Hij pakt de vacht beet en tilt de inhoud van de zak er uit. Daar heeft hij het gladde zwarte haar beet van de man. De kop ziet er ijskoud bevroren uit, maar wanneer Charl hem terug wil stoppen, doet de man zijn ogen open en schreeuwt ‘Nee, Jíj moet je mond houden!’ In paniek laat hij alles vallen en kijkt dan naar de etalage van de warme bakker, maar het is nu de buurtsuper waar Ellie, verkleed als nar, hard lachend achter de kassa zit en zegt ‘Ik draai je kop eraf’. Charl springt op zijn fiets, hij moet weg hier. In de verte hoort hij al sirenes. Ze komen hem halen. Hij trapt en trapt, maar komt amper vooruit. Ondertussen is Snorremans achter op de bagagedrager gesprongen en probeert door naar één kant te hangen de fiets onderuit te trekken terwijl hij maar ‘Grrreat Idiota, grrreat Idiota’ in zijn oor blijft roepen. Allebei zijn banden zijn veel te hard opgepompt en de straat is zo glad. Hij glijdt uit terwijl de barsten onder zijn fiets in het ijs springen. Hij staat snel op en pakt dan de handvatten beet van de kruiwagen waar Vicky in zit en begint te rennen. Over de weg naast het huis. Achter hem komen de sirenes steeds dichterbij. Hij ziet het tuinhekje al, ze zijn er bijna. Een tweede politiewagen komt hen met gillende sirene en zwaaiende lichten tegemoet, maar rijdt op hoge snelheid voorbij. Charl doet zijn ogen open en schiet overeind. Die sirenes! Zo dichtbij! Ze rijden langs het huis en het geluid zwakt een beetje af. Hij springt uit bed en rukt het gordijn open. In de polder hangt een lichtgevende wolk. Het rood en blauw knipperende licht van een brandweerwagen weerschijnt op alle glimmende oppervakken die er zijn. Charl kijkt schuin naar links en dan ziet hij de bron van de lichtgevende nevel. De boerderij brandt! ‘Vicky! Vicky, de boerderij staat in de fik!’ Achter hem hoort hij haar uit bed komen en dan staan ze samen te kijken naar de oude boerderij waar de vlammen tot hoog in de lucht reiken. Het pannendak van de grote schuur zakt in terwijl de eerste straal van het blusvoertuig een nevel legt over het lagere woongedeelte. De koude nacht is helder zodat er boven het vuur, de rookwolken en de waterdamp een mooie sterrenhemel te zien is. Vicky rilt van de kou en Charl slaat een arm om haar heen. Met zijn andere hand veegt hij, na die nachtmerrie, het angstzweet van zijn voorhoofd. 

Wordt vervolgd

3 comments on “Achterstallig onderhoud -14- Ellie

  1. Wat een nachtmerrie en dan ook wakker worden en dan zien dat de boerderij in brand staat..misschien gunstig om alle sporen uit te wissen.

Reageer