2e refrein – Vervolg

Ieder jaar weer probeert Bert voor de zomer een vakantiewerker te vinden. Het hele jaar lossen Joanna en Naomi het samen op wie er in de winkel staat, maar in de zomer is een extra hulp onmisbaar. Joanna heeft al in maart een advertentie op de winkeldeur gehangen. Er is altijd wel een scholier te vinden die eindexamen heeft gedaan en al in mei op zoek is naar een bijverdienste in de extra lange vakantie. Het werken in een bloemenwinkel betekent wel lange werkdagen maken, maar is tegelijk een leuke job. Altijd kleur, fleur en geur om je heen. De klanten komen meestal met een vrolijke reden een bloemetje halen dus de sfeer is altijd goed. En het is ook nog eens heel creatief werk, waar je met een beetje handigheid de mooiste en fleurigste kunstwerkjes kan samenstellen.

‘Ik snap niet dat jullie nog niemand hebben gevonden hoor.’ zegt Jarno op een beetje cynische toon. Hij heeft de hele middag Naomi meegeholpen in de winkel omdat Joanna al een week geveld is door griep. Hij is al een uur bezig met de schoonmaak. Alle emmers staan buiten uit te druipen na een grondige wasbeurt. Het plafond en de muren met alle planken en haken heeft hij al met een plumeau vrijgemaakt van stof en spinnenwebben en nu is hij bezig met het schrobben van de vloer. Als dat klaar is moeten de grote ramen nog van binnen en buiten gezeemd worden, waarna de emmers en alle andere losse spullen weer in de winkel kunnen worden gezet. Naomi is op de werktafel druk bezig alle voorjaarspotjes met bolletjes, te voorzien van eitjes, gele linten en groen gras, want de drukte voor de paasdagen komt eraan. Daarna heeft ze nog een aantal bestellingen voor morgen voor te bereiden. ‘Het is gewoon moeilijk iemand te vinden.’ zegt ze. Jarno denkt weer even aan het stuk chagrijn wat vanmiddag, net voor sluitingstijd, nog een grote bos rode rozen kwam uitzoeken, omdat zijn ‘eega verjaarde’ zoals de man deftig zei. Toen bleek dat de rode exemplaren uitverkocht waren en hij alleen nog de keuze had tussen roze en wit stak de kerel van wal over voorraadbeheer en klantvriendelijkheid. Daar wist hij ‘alles van’ zei hij en dat de belangrijkste kernwaarde van de detailhandel “Customer centered” was en dat hij nu verder moest zoeken naar een bloemist die wèl zijn zaakje goed op orde had. Jarno was de man na een minuut al zat en wilde hem het liefst met een bezem de deur uit werken, maar Naomi bleef geduldig en beleefd. Ze wenste de man zelfs nog een fijne verjaardag met zijn echtgenote waarna de blaaskaak met slaande deur de zaak verliet. ‘Tja, het lijkt zo leuk,’ zegt Naomi, ‘maar je merkt nu zelf dat het gewoon hard werken is.’ ‘Yep.’ zegt Jarno terwijl hij met opgetrokken neus een slijmerige prop groene drab uit het rooster in de tegelvloer pulkt omdat het boenwater niet meer wegliep.

‘Schoolverlaters gaan liever in de horeca werken, beetje bedienen op een terras.’ voegt Naomi eraan toe. Jarno denkt weer terug aan vorige zomer toen hij voor Jos dag in dag uit volle dienbladen heen en weer kon sjouwen en met een vies doekje elke terrastafel wel honderd keer per dag schoonzwabberde. Toch was het een leuke tijd geweest en verlangde hij meteen weer naar de zomer. Met twee handen bovenop de bezemsteel en daarop weer zijn rustende kin zegt hij tussen zijn tanden ‘Van de zomer zitten wij samen ergens op een terrasje en dan láten we ons bedienen. Wat denk je daarvan?’ Naomi kijkt hem aan en knikt lachend. Ze pakt een lang geel lint waar een roze strik op is geplakt en knoopt die als een haarlint om haar voorhoofd. Dan loopt ze op Jarno af, pakt de bezemsteel met twee handen vast en gaat op haar tenen staan. Zo kan ze hem net een kus geven die hij glimlachend ontvangt. Op dat moment gaat de winkeldeur voorzichtig open. Zo voorzichtig dat het belletje niet eens klingelt. Jarno en Naomi kussen elkaar nog eens en hebben niet door dat er iemand binnenkomt. ‘Euh… hallo…’ zegt een zachte meisjesstem. Naomi schrikt en zet snel een stapje achteruit. Hierbij duwt ze de bezemsteel in de richting van Jarno die daarmee een flinke tik op zijn keel krijgt. Terwijl hij fel hoest en over zijn adamsappel wrijft, begint Naomi druk te praten tegen de bezoekster. ‘De winkel is gesloten hoor en zoals je ziet hebben we alles al opgeruimd dus ik weet niet wat je zoekt, maar morgenochtend om half negen hebben we weer bloemen.’ Het meisje wat binnen is gekomen kijkt Naomi rustig aan, waarbij haar blik over het paaslint met strik glijdt. Als Naomi is uitgepraat zegt ze met rustige stem ‘Nee, ik kom niet om iets te kopen. U was nog druk bezig zag ik en daarom dacht ik nog wel even te kunnen vragen naar die vacature.’ Hierbij gebaart ze met haar hand achter zich naar de deur met het briefje. Er valt even een stilte waarbij Jarno en Naomi het frêle meisje opnemen en vervolgens elkaar aankijken. Jarno schraapt zijn keel en zegt met schorre stem ‘Ik wrijf de vloer even droog dan kunnen jullie overleggen.’ Naomi nodigt de bezoekster uit om achter de toonbank te komen.

Terwijl Jarno de vloer droogmaakt en vervolgens buiten bezig gaat met het opwrijven en stapelen van de emmers stellen de twee dames zich aan elkaar voor. Hij ziet wel dat er een goed gesprek ontstaat en is benieuwd hoe het af gaat lopen. Stel dat er nu een hulp is voor de zomermaanden, dan kunnen Naomi en hij plannen gaan maken voor hun vaartocht. Dat zou fijn zijn.

Hij wacht buiten tot het gesprek is afgerond en als Naomi een kwartiertje later met het meisje naar buiten komt, kan hij beginnen met de emmers weer binnen te zetten. Ook buiten gaat het gesprek nog een tijdje door, maar uiteindelijk geven de dames elkaar een hand, waarna het meisje vrolijk zwaaiend weg loopt. Naomi staat haar nog even na te kijken en Jarno komt naast haar staan. ‘En?’ vraagt hij. ‘Stella heet ze, en ze is zeventien.’ ‘Zeventien? Dat zou je niet zeggen.’ ‘Nee, maar ze komt wel heel volwassen over. Ze weet heel goed wat ze wil en zo.’ ‘Ok, en nu?’ vraagt Jarno. ‘Maandagochtend komt ze nog een keertje langs. Hopelijk is Jo dan weer beter zodat die haar ook kan spreken.’ Jarno ziet Naomi wat bedenkelijk kijken en vraagt waar ze aan denkt. ‘Ze lijkt me heel geschikt, maar komt ze niet een beetje te jong over?’ Jarno schiet in de lach. ‘Ach, zoveel schelen jullie nou ook weer niet hoor.’ waarbij hij zachtjes over het paaslint aait wat nog altijd haar haardos omspant. ‘Hè!’ roept Naomi uit. ‘Dat was ik helemaal vergeten. Wat moet ze wel niet denken.’ Jarno lacht hardop. Dan trekt hij zijn onderlip naar binnen en laat zijn voortanden zien. Met twee handen opgestoken boven zijn hoofd zegt hij slissend ‘En krijgt deze paashaas nu nog een zoentje op zijn zere keel?’ Naomi kijkt hem hoofdschuddend aan en zegt. ‘Ga jij eerst de ramen maar zemen, anders geef ik je ook nog een tik op je paaseitjes, slijmbal.’ Hierop loopt ze naar binnen en blijft Jarno verbouwereerd op de stoep achter.

Een week later is het plan van Jarno en Naomi klaar. Nadat Joanna weer beter was had ze Stella op bezoek gehad en dat klikte meteen. Natuurlijk moest Bert zijn goedkeuring geven, maar zoals ieder jaar vertrouwde die volledig op de ervaring van zijn beide ‘winkeljuffrouwen’ zoals hij Joanna en Naomi noemde. Stella vertelde dat ze half mei haar laatste examen moest afleggen, zodat ze daarna eigenlijk in de winkel zou kunnen beginnen. Ze wil heel graag wat geld verdienen om in augustus voor een week naar Rome te kunnen vertrekken. Dit jaar heeft ze haar VWO afgerond en vanaf september begint ze aan een studie kunstgeschiedenis. Ze gaat direct na haar examens in de winkel aan de slag en iedereen heeft er vertrouwen in dat ze snel ingewerkt zal zijn. Joanna wil eigenlijk pas in juli een paar weken vakantie opnemen en dat betekent dus dat Naomi de maand juni vrij kan nemen. Toen Jarno dat hoorde sprong hij een gat in de lucht. Precies waar ze op gehoopt hadden. Aan het begin van de zomer kunnen ze met Petrus vier weken op pad. Vier weken samen.

‘Wat moet ik dan allemaal meenemen?’ vraagt Naomi. Op een vrije dag zijn ze samen naar de boot gegaan. Jarno wil wat opruimen en Petrus weer vaarklaar maken voor de lente. Naomi kijkt eens rond in het kleine kajuitje en trekt een pruillip. ‘Ja ik weet het, ik zal de boel even schoonmaken en opruimen, maar dan hebben we een prima plekje om te slapen hoor.’ Het gezicht van Naomi blijft hem sip aankijken. ‘We leven toch alleen maar buiten joh. In juni is het altijd lekker weer dus we kunnen heerlijk in de kuip op de bank zitten of met een groot kussen voor op de punt. Dat is echt fantastisch.’ Jarno probeert met overtuiging Naomi in een betere stemming te brengen, maar die zucht eens diep en vraagt dan ‘Is er geen douche?’ Jarno is even stil en schudt dan zijn hoofd. ‘En ook geen wc?’ Hij schudt nogmaals. ‘Maar toch wel een koelkast zeker?’ Jarno haalt zijn schouders op en zegt ‘Je hebt echt nog nooit gekampeerd hè?’ Naomi schudt nu op haar beurt het hoofd, maar laat gelukkig een klein lachje zien. ‘Ik wist niet dat het een survivaltocht zou worden.’ Jarno lacht nu en pakt de vuilniszakken met kleding en handdoeken uit de kast. ‘Kom, dit gaan we uitzoeken en daarna gaan we de boel schoonmaken. Je zal zien hoe fijn het is om met ons eigen huisje de wereld rond te varen.’ Naomi kijkt hem geamuseerd aan en zegt ‘Ik moet nog even wennen aan die vrijbuiterstaal hoor.’ Jarno knielt voor haar en zingt ‘In haar water kan ik zwemmen, ze is de hemel, ze is de zee. Op haar golven kan ik deinen en de stroom, die neemt me mee.’ Naomi knikt goedkeurend en zegt ‘Kijk, dat bedoel ik.’ en woelt met haar handen door Jarno’s krullen. ‘Wen er maar alvast aan, want dit lied ga ik jou ook leren.’ zegt hij.

Het voorjaar is aangebroken. Het weer is prachtig en Petrus is door Jarno en Naomi helemaal in topconditie gebracht. Zo af en toe varen ze een dagje in de omgeving, zodat Naomi kan wennen aan het leven aan boord. Ze hebben frisse nieuwe lakens en een paar zachte kussens gekocht. Een warme deken, nieuwe hand- en theedoeken en wat extra servies en bestek. Stella is inmiddels begonnen in de winkel en dat loopt gesmeerd. Ze is slim en weet al snel de namen en prijzen van alle bloemen uit haar hoofd. En ondanks haar meisjesachtige voorkomen praat ze zonder schroom met de klanten. Met de oude bloemen die overblijven, oefent ze iedere avond na winkelsluiting een poosje en ook dat gaat haar goed af. Waar Naomi en Joanna op gevoel en ervaring de boeketten samenstellen, heeft Stella het over ‘complementair kleurgebruik’ en ‘compositie’. Ze maakt er al snel de mooiste stillevens mee en mag dan ook voor klanten de bloemen mengen. En dan breekt de maand juni aan en werkt Naomi haar laatste dag in de winkel. Ze vult een kleine zinken emmer met potgrond en zet er een bolchrysant in met mooie gele bloemen. ‘Kijk eens, een survivalkit voor op de boot.’ zegt ze tegen Jarno, als die haar na het werk ophaalt. Hij kijkt van de bloemen naar Naomi en zegt ‘Survivalkit? Wat bedoel je?’ Naomi lacht even en prikt met een vinger in zijn buik. ‘Geen douche en toilet aan boord daar zal ik wel aan wennen, maar zonder bloemen word ik gek.’ 

2e Refrein wordt vervolgd

2 comments on “De Stroom -22- Survival

  1. Leuk zo’n lekker lang stuk om te lezen
    Wat fijn dat ze samen vertrekken,en dit is gelijk een goede relatie test..zonder comfort aan boord.
    En de bloemenwinkel laten ze in goede handen achter.

Reageer