Mijn Warheid

Mijn Warheid -01- Douze Points

Een kleine vijftig jaar geleden had ik mijn eerste ervaring met het songfestival. Destijds op de kleine Philips televisie in onze woonkamer. De regenboogkleuren waren toen op de zwart-wit beeldbuis nog niet zo te bewonderen als heden ten dage, maar in diezelfde tijd leerde ik daar al een belangrijke les over van mijn moeder, waarover later meer. Eerst de roes van de overwinning die Teach-In behaalde in gastland Zweden (1975). Een dag later zongen we “Ding-a-dong” op straat tijdens het voetballen. Nationale trots dat ons land had gewonnen spoelde voor het eerst door mijn jongensbloed. Het was ook wel nodig want de WK voetbalfinale hadden we het jaar ervoor helaas verloren. In de jaren die volgden ben ik eerlijk gezegd steeds minder het songfestival gaan volgen. De almaar gezapiger wordende Nederlandse inzendingen en mijn eigen groeiende belangstelling naar culturele ontwikkeling lagen hieraan ten grondslag. Tot een jaar of twintig geleden het Europese liedjesfestijn weer aan populariteit begon te winnen. In ieder geval in mijn beleving. Artiesten als Glennis Grace, Anouk, The Common Linnets (die Ilse DeLange en Waylon verenigden), de Toppers en Duncan Laurence waren absolute hoogvliegers in de laatste twee decennia die dan hierbij ook door mij nog even, stuk voor stuk, in de spotlights van mijn waarheidsvinding terugkeren:

  • Glennis Grace zong destijds het lied: “My impossible Dream” wat, na later bleek, ging over haar onvermogen om zich geweldloos te gedragen. Ruzies, vechtpartijen en arrestaties stonden haar onmogelijke droom inderdaad in de weg, helaas.
  • Anouk. Die heeft zich inmiddels tot heks van de natie gekroond na haar uitlatingen over transmensen, ondanks dat haar aanklacht gepaard ging met een kunstzinnige selfie van haar “Female-period”. De vele regenboogvrienden die ze tijdens haar “Birds-period” heeft gemaakt zullen haar dit jaar geen kerstkaartje meer sturen, vermoed ik zo. Hoe een stoere rockmadam van haar sokkel kan vallen.
  • Dan Ilse en Waylon die al snel ruziënd de Linnets ontbonden nadat ze met een weergaloos mooi liedje maar net de overwinning misliepen. Oorzaak voor die tegenvaller was een Oostenrijkse dame met baard die een net iets pakkender song op de Europese dansvloer bracht. De Oostenrijkers hadden een oude truc toegepast die stamde uit vervlogen tijden waar op iedere kermis wel een rariteitenkabinet te vinden was. Naast een dwerg en een varken op sterk water was er ook altijd een vrouw met baard te bewonderen. Lange rijen die grif een halve cent wilden betalen om dit natuurfenomeen te aanschouwen. Conchita Wurst was de hedendaagse versie van dit concept. De teruggekeerde aandacht voor het songfestival kreeg in mijn omgeving al de eerste kritiek te horen hoe de kitsch en nichterigheid ooit tot onze Europese muzikale trots konden zijn doorgedrongen. Iets wat vijf jaar eerder door de Nederlandse inzending van De Toppers al ‘Avant la lettre’ was bewezen met ‘zero points’ voor de werkelijk allerbeschamendste liedpresentatie van Nederlandse bodem. Hier werkte de oude kermisact niet want wie zat er nou nog op drie varkens op sterk water te wachten?
  • En toen was daar Duncan Laurence. Een serieuze song van een serieuze vent die een indrukwekkende show neerzette en won. Na vijftig jaar weer tranen van geluk in alle Hollandse huiskamers waar inmiddels voor beeldschermen van gemiddelde diagonalen van anderhalve meter met volle teugen en in alle kleuren van het succes werd genoten. Waar de Lhbti community gelukkig steeds meer verscheidenheid laat zien, lijkt een groot deel van de mensheid, met het toenemen van de hoeveelheid kleuren in de beeldschermspecificaties, een steeds zwart-wittere blik op hun eigen medemens te ontwikkelen.

Omwille van de lengte en breedte van dit stukje waarheidsvinding ben ik genoodzaakt om een aantal recente jaargangen van het songfestival over te slaan en nu tot de kern van mijn verhaal te komen. Op 11 mei is het weer zover:

♪♪ Taraatatatatataatataa ♪ teraatatatatataatataaaaa… ♪♪♪
“The Eurovision Song Contest 2024”

.

Door mij in 1975 voor het laatst bekeken, toen 30 jaar geen blik waardig gegund, gevolgd door 20 jaar met een glimlach van de extravagante show genoten. En dit jaar gaat het weer gebeuren…. Joost Klein gaat winnen! Echt waar! Dit stukje gaat over de waarheid en dit is de waarheid:

The Netherlands: (pommerdepommerdepommerdepom…..) Douze points

Ik weet het zeker. De onbevangenheid, creativiteit, ‘over-the-top-energy’ en tegelijk zo authentiek als maar kan. Zijn lied ‘Europapa’ is geniaal. En als mijn lieve lezers nu denken dat ik een ironisch stukje schrijf over het songfestival dan hebben ze tot (even terugtellen…) acht zinnen geleden helemaal gelijk. Maar mijn mening over onze nieuwe nationale trots is 100% positief. Hè gelukkig, na al die coronajaren klinkt het woord positief eindelijk weer positief.

De tekst van ‘Europapa‘ is grappig en ingenieus. Natuurlijk staan er weer 16 miljoen bondscoaches langs de zijlijn die het tot de grond toe afkraken, maar dat zijn stuk voor stuk mensen die zelf geen poot kunnen voetballen (lees: mensen die dus zelf nog nooit een gedichtje, songtekst, verhaal, laat staan een brief aan hun moeder hebben geschreven). Ok, het is geen perfect rijm en de echte taalpuristen krijgen daar weer hoofdpijn van, maar sinds de opkomst van de nederpop en in het bijzonder de rap en hiphop die de Nederlandse taal al jaren veranderd en verrijkt, kan en mag het gewoon allemaal. 

Voorbeeld:

‘Papaoutai’. Waar twee regels later op wordt gerijmd met: ‘goed ey!’

Ik zeg maar één ding: klasse. 

Daarbij verenigt Joost in tekst en muziek veel werelden.

Voorbeelden:

  • Gabber-beats met piano-arpeggio’s
  • Flauwe grappen met een ode aan zijn dode vader
  • Klompen in de klei met Europese eenheid
  • Utopische wereldvrede met zich kwetsbaar opstellen.
  • Thea Beckmans “Kruistocht in spijkerbroek” met zijn eigen zoektocht

Ik zeg maar één ding: klasse.

De komende tijd zal het regelmatig ter sprake komen. De zure koppen zullen schudden. De haters en reaguurders zullen hun, met taal- en stijlfouten doorspekte, commentaren geven op alle (a)sociale platforms. De grootsmoelen op televisie zullen weer hun kaalhoofdige en breedbesnorde opinies de Nederlandse huiskamers inspugen. Platte redeneringen en populistische praat zijn allang de aanjagers geworden van onze ooit zo vooruitstrevende Nederlandse identiteit. Neerhalen wat boven het maaiveld uitsteekt, bekritiseren wie zich kwetsbaar opstelt, terugverlangen naar de gulden, maar wel met zoveel mogelijk euro’s, bitcoins en aandelenpakketten in de kluis. 

In mijn waarheid zie ik het allemaal heel duidelijk. Ik hoorde mijn vader eens zeggen: “Je kan wel naar boven verlangen, maar je kan beter naar beneden kijken.” Ik begreep denk ik wat hij bedoelde; Wees je bewust waar je vandaan komt en waardeer wat je hebt, of het nou veel is of weinig. Een andere les is die van mijn moeder waar ik het in de derde zin van dit stukje al over had en waar ik, beloofd is beloofd, nog op terug zou komen. Aldus: Ten tijde van ‘Ding-a-dong‘, ik was dus een jaar of tien, had ik naast mijn eerste scheld- en schuttingwoorden (zoals lul, mongool en imbeciel) een nieuw woord gehoord. Een woord wat op het schoolplein of tijdens het stoepranden op straat af en toe geroepen werd. De vorm en uitgang wezen op een keurig woord maar de denigrerende manier waarop het door bepaalde jongens naar iemand anders hoofd werd geslingerd leken toch vooral te bevestigen dat het om een scheldwoord ging. Kortom een keurig scheldwoord wat ik dan ook snel in mijn steeds groter wordende vocabulaire opnam. Zo kwam ik een keertje thuis uit school en stond mijn moeder in de woonkamer achter de strijkplank. Tot zover niets ongewoons. In mijn jeugdige onschuld vertelde ik weleens een mop of liep ik na het douchen met alleen een handdoek om mijn naakte lijfje door de kamer. Als ik dan het toneelstukje opvoerde dat de handdoek ‘per ongeluk’ losraakte en ik mij verschrikt de billen bedekte dan konden mijn zussen en moeder daar hartelijk om lachen. Even ter verduidelijking: dit heeft zich afgespeeld zo rond mijn zesde levensjaar en daarna is het maar zelden voorgekomen dat ik in vrouwelijk gezelschap een handdoek van mijn heupen liet glijden. En als het al eens is voorgekomen dan is dat louter en alleen mèt voorbedachte rade gebeurd. Goed, ik had het over die dag dat ik uit school kwam, mijn moeder stond te strijken en ik voerde de volgende act op: Met spastische hand- en armbewegingen liep ik tot aan de strijkplank. Mijn moeder stopte haar bewegingen en keek me vragend aan. Vervolgens hield ik mijn hoofd scheef, zette mijn ogen in standje rechteroog-linkerbroekzak, mijn tong stak ik kwijlend uit mijn mond en vervolgens sprak ik zeer onduidelijk articulerend de volgende zin uit (let op, hier kwam dus het, voor mij nieuwe, scheldwoord in voor): ‘Hallooo, ikh bennun homofiel’. Op die leeftijd dacht ik nog dat ik alles wat er in me opkwam kon zeggen tegen mijn moeder. Een paar jaar later veranderde dat drastisch al moet ik zeggen dat ik juist de laatste jaren me weer behoorlijk vrij voel om met haar te bespreken en te zeggen wat ik wil. Mijn moeder keek me verbaasd aan, schaterlachtte vervolgens hard en tilde toen gelukkig op tijd het strijkijzer van het kledingstuk wat op de plank lag voordat er een gat in brandde. Ze doorzag mijn gebrek aan kennis met betrekking tot de door mij gebruikte term en nam, toen ze was uitgelachen, even de tijd om uit te leggen wat een ‘homofiel’ was. Ik weet me bijna letterlijk te herinneren dat ze zei: ‘Dat is niet iemand die niet goed bij zijn verstand is of zo, maar gewoon een man die van andere mannen houdt.’ Mijn ogen stonden inmiddels weer recht, mijn tong weer binnenboord en mijn armen langszij, maar in mijn hersens was een nieuw vakje gecreëerd. ‘Dat was dus ook een mogelijkheid.’ Had ik begrepen. ‘En het is dus niet gek.’ Had ik geleerd. Waarom het dan wel als scheldwoord werd gebruikt, was iets waar ik nog wat jaren over heb moeten nadenken. Inmiddels weten we dat taal, uitdrukkingen en interpretatie aan verandering onderhevig is. ‘Zwarte Piet’ vonden we een eeuw lang heel normaal, met iets meer context snappen we nu dat het voor anderen kwetsend is. Dat zijn de lessen die we van onze moeders kunnen leren. En van onze vaders kunnen we leren om iets meer naar beneden te kijken. Zo is de parallel met het liedje van Joost Klein heel gemakkelijk te herkennen. Zijn ‘Europapa‘ gaat over groot dromen maar ook over hulp vragen. Het gaat over je vader zoeken, vader worden, vader zijn. En als vader wil je graag een paar kleine waarheden doorgeven en dat er soms een beetje naar je geluisterd wordt. En naar zijn vader luisteren, dat heeft Joost gedaan.

11 mei 2024. Dan gaat het gebeuren. Ik vertrouw erop dat het een prachtige dag wordt waarop Nederland weer eens de winnaar wordt van het songfestival. Mocht dat niet gebeuren dan zal mijn aandacht voor het jaarlijkse festijn weer abrupt zijn verdwenen, zoals dat tussen 1975 en 2005 ook op een zeer laag pitje stond. Misschien is het, in het licht van de songfestivalhistorie, goed om te weten dat in 1956, de allereerste editie, het eerste lied gezongen werd door een Nederlandse zangeres, Jetty Paerl. Het lied: “De Vogels van Holland” was geschreven door Annie M.G. Schmidt. De kwaliteit en ongelofelijke creativiteit met betrekking tot de Nederlandse taal maakt haar tot een van de grootste vaderlandse schrijvers waar vrijwel ieder kind, vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw, mee is opgegroeid. In dat lied werd de diversiteit van de vogelwereld bezongen en kwamen de Franse, Japanse en Chinese vogels ook aan bod. Nu, 68 jaar later, komt er opnieuw een Nederlandse inzending, in de Nederlandse taal, waar met virtuositeit het samen-één zijn bezongen wordt. In de zwart-wit wereld van vandaag met oorlog, uitsluiting, intolerantie en ieder zijn eigen warheid is meer positivisme en solidariteit nodig. Zodra iemand (en dat hoeft niet alleen Joost Klein te zijn maar dat geldt voor ieder mens) zich daarvoor uitspreekt, verdient hij/zij/hen dikke punten: Douze Points!

2 comments on “Mijn Warheid -01- Douze Points

  1. Ik zei toch dat het humoristische (hilarisch) geschreven zou worden en met ook veel waarheden waar ik mij in kan vinden. Met tranen van het lachen..heel goed Menno :))

    Europapa …zou het dan toch???

  2. Ik zal er nog eens goed naar luisteren. Deze week kwam het even voorbij in het nieuws geloof ik . Ik hoorde alleen Europapa en twintig keer lalalala.Dus ik dacht maak je niet belachelijk en blijf dit jaar thuis. Dat was dus een warheid van me .Daag groeten van ma Harmans

Reageer