De dag van de arrestatie:

Het hufterige bij elkaar graaien van andermans centen, waarmee Johan zich een berg luxeartikelen en een dikke bankrekening had verworven, komt abrupt tot een einde met zijn arrestatie.
De agenten rijden hem na vertrek bij de zorgboerderij eerst naar de beveiligde EHBO-post. Hij wordt kort onderzocht op eventuele ernstige kwetsuren waarbij zowel bovenarm als pols niet gebroken maar zwaar gekneusd blijken te zijn. Na behandeling van zijn schaafwonden krijgt hij een polsbrace en een mitella. Hierna is het wachten op de arrestantenwagen. Achter in de wagen van Meryem en Raymond had hij met zijn geboeide handen kreunend van pijn op de achterbank gelegen, maar met alle aangebrachte medische steunverbanden kan er van handboeien geen sprake meer zijn. Ook geeft de dienstdoende verpleging hem een pijnstilling en zodra die begint te werken wordt Johan zich weer bewust van zijn toestand. Op de achtergrond hoort hij de agent bellen met een of andere rechercheur.
‘We hebben ene Johannes van Dam ingerekend en die komt voorlopig bij ons logeren.’
Johan ziet zichzelf staan in een spiegel van de behandelkamer. Hij bekijkt zich van teen tot top. Een schoen met een losse veter, gaten in zijn broek ter hoogte van zijn knieën, een losgeknoopt overhemd waaronder met lange repen Leukoplast vastgeplakt gaasverband. De mitella rond zijn nek waar de arm in rust en waar een paar witte vingertopjes tot net voorbij het doek steken. Hij ziet de andere hand waarvan zijn pols is ingepakt. En dan de pleister op zijn kin en het blonde haar wat niet meer netjes in een scheiding is gekamd maar in slordige pieken alle kanten op staat. Boven de donkere wallen kijkt hij met zijn diepliggende ogen zichzelf aan in de spiegel. In zijn hoofd hoort hij zijn vader Psalm 16 opdreunen: ‘Gij onderhoudt mijn lot’.
Johan beseft dat zijn vrije wil daar tot een einde komt en dat zijn leven voorlopig wordt bepaald door het lot. Vanaf nu gaat hij worden berecht, veroordeelt en opgesloten.

De politiewagen met Johan op de achterbank is nog maar net weggereden of er komt een kleine grijze sportwagen het parkeerterreintje op gereden. Er stapt een man uit die vanachter een donkere bril nieuwsgierig om zich heen kijkt. Zodra hij Lisa ziet, loopt hij op haar af terwijl hij zijn zonnebril afzet en in het borstzakje van zijn witte overhemd steekt.
‘Dag Lisa.’
‘Meneer de Roon, u bent er ook?’
Serge kijkt nogmaals om zich heen waarbij hij zijn neus wat in de hoogte houdt.
‘Het lijkt rustig hier, maar, er is wel wat gebeurd.’
Daarop kijkt hij Moes even onderzoekend aan en vraagt vervolgens ‘Alles goed met je, Lisa?’
Hij luistert naar haar verslag waarbij hij dan weer eens knikt of met zijn hoofd schudt. Wanneer Lisa vertelt over Moes kijkt de Roon de jongen aan die op een paar meter afstand met zijn handen in zijn broekszakken staat te luisteren.
‘Ben jij Moes?’
Moes schuifelt wat dichterbij.
‘Euh, ja.’
‘En jij hebt mij ook wat te vertellen, begrijp ik?’
Moes knikt een beetje schuchter.
‘Ik heb heel veel te vertellen. Maar euh…’ Hij kijkt wat om zich heen naar alle mensen die in de buurt staan.
‘Zullen we samen naar mijn kantoor gaan? Dan kan je me rustig bijpraten.’
‘Ja, dat is ok, maar, Lisa moet ook mee want die heeft nieuw bewijsmateriaal verzameld.’
De rechercheur kijkt nu verbaasd naar Lisa die meteen haar oude mobieltje uit haar binnenzak haalt.
‘Ik heb alles opgenomen wat zich hier heeft afgespeeld. Ik weet niet of er echt nieuwe dingen onthuld worden, maar ik kan al niet meer wachten om alles weer terug te horen.’
‘Nou, ik word nu ook wel nieuwsgierig.’
De Roon loopt op zijn auto af en bedenkt dan dat in de sportwagen slechts ruimte is voor één passagier. Hij draait zich om terwijl hij op zijn horloge kijkt.
‘Ik denk dat er binnen een kwartier wat extra collega’s gearriveerd zijn. Laten we daar maar even op wachten. Dan kunnen jullie fietsen gelijk mee in een bus.
Lisa en Moes zoeken ook een plekje aan een picknicktafel.
‘Pfff, ik heb vanochtend alleen een beschuitje op. Ik val straks van mijn graat.’ verzucht Lisa. Moes steekt een vinger op en rent dan van het erf naar de parkeerplaats. Vijf seconden later komt hij weer terug gerend met twee gekleurde zakjes.
‘Die zaten nog onder mijn snelbinders. Paprika of gewoon?’
Lisa lacht even, wijst naar zijn linkerhand en vangt dan het zakje chips wat Moes naar haar toegooit terwijl hij weer gaat zitten.

‘Chef levende have’ Peter en ‘chef tuinen’ Marlies zitten in het kantoor van mevrouw de Wit. Na alle bedrijvigheid en het kalmeren van de medewerkers zitten ze nu even bij te komen. De directrice heeft een grote pot kamillethee gezet en schenkt nu drie grote theeglazen vol met de hete drank. Op haar vraag of iedereen thee wilde had Peter geantwoord ‘Ik ben toe aan een bak koffie.’ Blijkbaar was mevrouw de Wit dat weer vergeten of had ze het helemaal niet gehoord. Zelf dronk ze liters thee per dag en probeerde haar staf daar ook toe te bewegen.
‘Wat heb ik toch verkeerd gedaan?’ vraagt mevrouw de Wit zich zuchtend af.
Peter wil haar er op wijzen dat hij om koffie had gevraagd en zegt ‘Nou, wat er verkeerd is ge…’, maar Marlies overstemd hem door te zeggen
‘Hij leek zo aardig, maar ondertussen.’
‘Hoe heb ik dat nou niet kunnen zien?’ is haar volgende vraag.
Peter wijst naar de koffieautomaat ‘Daar staat toch ge…’
Marlies zegt ‘Al die mooie praatjes, we zijn er gewoon ingetuind.’ Peter schiet in de lach ‘Ingetuind haha. En dat zegt chef tui…’
‘Ja, jij lacht er misschien om Peter,’ de directrice kijkt hem nu streng aan, ‘maar wist jij dan wel dat het geen zuivere koffie was?’
Peter schudt zijn hoofd en kijkt even naar zijn glas dampende thee.
‘Maar mevrouw de Wit, als Johan niet meer terugkomt dan zal er snel een vacature moeten worden opgesteld.’
‘Tja, niet meer terugkomt. Op dit moment is hij nog maar een verdachte toch. Hij zal eerst veroordeeld moeten worden en hoe dat afloopt weten we niet hè. Dat is koffiedik kijken.’
Peter doet zijn mond open maar bedenkt zich. Hij pakt het theeglas van tafel en neemt voorzichtig een slok van het hete slappe water.
Marlies kijkt hem aan en zegt ‘Dat jij dat lekker vindt, hete thee. Ik laat hem eerst nog even afkoelen hoor.’

Charl en Vicky lopen de parkeerplaats op van de zorgboerderij. Charl heeft zijn fiets in zijn linker en de hand van Vicky in zijn rechter hand.
‘We gaan naar huis.’
Vicky knikt alleen maar even, maar draait zich dan snel naar hem toe en slaat haar armen om hem heen. Achter zijn rug houdt Charl zijn fiets met zijn billen in balans terwijl hij Vicky in zijn armen houdt. Na een lang moment van stilte oppert hij ‘Zal ik bij de Toko langs fietsen?’
Vicky kijkt in de ogen van Charl en weet dat het weer goed gaat komen. Er zijn twee aanleidingen om niet zelf te koken maar om bij de Toko in het dorp lekkere nasi en saté kambing te halen. De eerste is als ze de hele dag in de tuin bezig zijn geweest en geen van beiden meer zin hebben om de keuken in te gaan. Dat komt zo ongeveer één keer in de maand voor. De tweede reden is als ze onenigheid of ruzie hebben gemaakt. Dat gebeurd gelukkig maar één of twee keer per jaar, maar als Charl dan boos op zijn fiets stapt kijkt Vicky regelmatig over het tuinhekje de weg af of hij weer naar huis keert want dat is altijd met een wit plastic zakje met heerlijk eten er in. Aan tafel zeggen ze dan niet veel maar eten eerst met hun ogen op hun borden gericht van de nasi. Zodra ze aan de saté beginnen kijken ze elkaar al weer neutraal aan. En als dun hun borden leeg zijn zitten ze alweer te glimlachen naar elkaar en is de ruzie vergeten.

Nu stapt Charl op de fiets en Vicky in haar autootje. Eenmaal thuis zitten ze na het eten nog een tijdje na te praten over alle gebeurtenissen. In eerste instantie over de arrestatie van Johan en alle consternatie die zich daarbij had voorgedaan. Als alles daar wel zo’n beetje over is gezegd, wordt Vicky stil en snoept ze met een lepel de allerlaatste rijstkorrels uit de schotel. Charl kijkt naar haar bewegingen.
‘Dus jij stond in de krant van vandaag?’
Vicky weet niet goed hoe Charl het bedoeld. Ze wil uitleggen hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen.
‘Ik wilde niet liegen tegen je hoor Sjarlie.’
Vicky zucht diep en kijkt hem dan aan.
‘Maar omdat hij mijn chef is.., was..,’ haar ogen gaan even wijd open, ‘vond ik het moeilijk om nee te zeggen.’
‘Maar dan had je het toch gewoon kunnen vertellen, wat je ging doen?’
Ze schudt nu haar hoofd.
‘Soms doen mensen aardig tegen je, maar weet je ook dat je eigenlijk moet oppassen met ze.’
‘En die chef van je, dat was zo iemand?’
Vicky antwoord door alleen maar hele kleine knikjes met haar hoofd te geven. Charl denkt terug aan die ochtend van de poldermarkt waar hij Johan met die fiets had zien smijten. Eigenlijk weet hij wel wat Vick bedoeld.
‘Kom, het wordt weer een mooie zomeravond. We gaan er uit!’
Charl staat op van tafel, stapelt de vuile borden en het bestek op waarna hij het onder water zet in de gootsteen.
‘Vooruit snubbekes, zoek de riem!’
Vleckie en Blackie zitten al die tijd onder tafel te wachten op een enkel korstje of stukje spek. Nu rennen ze voor Charl uit naar de kapstok waar twee hondenriemen hangen en even later lopen ze gevieren het tuinhek uit.

Zes weken later.

Rechercheur de Roon sluit op zijn rechter scherm een aantal applicaties. Dan kijkt hij zijn kantoor rond waar drie van zijn directe collega’s zitten.
‘Zo,’ zegt hij, ‘weer een zaak afgerond!’
Twee collega’s knikken instemmend terwijl de derde een duim in de lucht steekt.
‘Goed werk mensen. Zelfs de rapportage is al geautoriseerd.’
Het kleine team heeft de laatste weken hard gewerkt aan diverse facetten van hun onderzoek. De email correspondentie van Johan van Dam had vrijwel alle connecties blootgelegd tussen de pinacties door de Money Mules en het misleiden met een aanbetaling voor een auto. De gedupeerden konden na de veroordeling van ‘De Directeur’ een schadevergoeding tegemoet zien. Op de bezittingen en bankrekeningen van Johan was beslag gelegd waarna een currator de diverse schuldeisers schadeloos kon stellen.
De jongens en meiden die door Toby en trawanten als geldezel waren gebruikt hadden wel met een vervelend staartje te maken omdat ze nog altijd aansprakelijk waren voor het laten gebruiken van hun bankrekening.
Een deel van het onderzoek besloeg het in kaart brengen van alle geldstromen. Johan had bij diverse banken rekeningen lopen die hij gebruikte voor zijn criminele activiteiten. Tijdens overleg in het recherche-team had Serge regelmatig de afkortingen van alle betrokken banken genoemd. Hij werd zo in beslag genomen door het onderzoek dat hij niet in de gaten had dat zijn collega’s voor de banknamen allerlei ludieke betekenissen verzonnen om de ‘afkortingen fetish’ van de Roon een beetje belachelijk te maken.
Zo werd de ABN ‘Algemeen Beschaafd Nederlands’, de ASN ‘A-Sociaal Nederlands’ en de ING ‘In Nood Geval’ toegefluisterd. Stuk voor stuk een beetje gezapige grapjes waar niet echt om gelachen werd, maar er was er eentje die wel voor onrustig geschuifel en gnuivende rechercheurs aan tafel zorgde. Toen de Roon op het whiteboard wat details aanwees met de uitleg ‘Hier zien we dat er in de maand april zes keer een overboeking is gedaan naar de SNS-bank.’ bleef het achter zijn rug in eerste instantie stil. Zijn collega’s haalden hun schouders op omdat ze even geen grappige betekenis konden geven aan de afkorting. Tot rechercheur Tineke zachtjes fluisterde ‘S&S-bank, dat is de bank waarop Saskia & Serge altijd lagen te…’ Hierbij maakte ze met haar duim en twee vingers een gebaar waar zelfs Rechercheur de Roon het schaamrood van op de wangen zou hebben gekregen.

Aan de keukentafel staan Robbie en Lisa achter moeder. Over haar schouders lezen ze allebei mee in de dikke zaterdagkrant die voor haar op tafel ligt. In het katern ‘Mens & Maatschappij’ staat een groot artikel over de hedendaagse gevaren van afpersing en misleiding. ‘Van struikrover tot cybercrime’ luidt de kop. Centraal in het verhaal staat het interview dat Lisa aan de verslaggever heeft gegeven waarbij ze uit de doeken doet hoe ze door mooie praatjes is misleid.
Moeder leest ademloos het hele stuk en komt dan bij het laatste omrande blok waar nog wat tips op een rijtje zijn gezet.
– Geef nooit je pinpas of pincode aan anderen.
– Als iets te mooi is om waar te zijn dan is het dat ook.
– Bel met je bank als er iets is wat je niet vertrouwd.
De adviezen worden afgesloten met een laatste goede raad. Wanneer moeder die leest moet ze even slikken. Daarna staat ze op en slaat haar armen om Lisa heen.
‘Je uitspraak staat er precies zo in.’ zegt moeder terwijl ze haar betraande ogen buiten het zicht van haar kinderen houdt.
‘Ja mam, we weten nu hoe dat voelt toch?’
Achter moeder gaat Robbie aan tafel zitten om het slot van het artikel hardop voor te lezen.
‘Je bent een slachtoffer van pinpasfraude. Dat is je door gewiekste criminelen aangedaan dus laat je nooit ‘geldezel’ noemen, want dat doet pijn.’
Achter hem kijkt Lisa haar moeder in de ogen en zegt ‘Sorry mam, het zal nooit meer gebeuren.’
Met een zachte beweging van haar duim veegt ze een traan van moeders wang.
Robbie staat weer op.
‘Goed gedaan zus.’
Hij geeft haar een boks en loopt dan de trap op naar zijn kamer.
Lisa maakt zich los uit de armen van haar moeder.
‘Ik ga mam, tot vanmiddag.’
‘Dag meisje, werk ze, en kijk je uit?’

Lisa stapt op haar fiets en rijdt naar het winkelcentrum. Sinds drie weken heeft ze een zaterdagbaantje in de brasserie. Het is een grote zaak met wel zestig tafeltjes en een uitgebreide menukaart. De vele dagjesmensen die naar de stad komen voor de winkels en de markt vinden het gezellig om er een kopje koffie te drinken of uitgebreid te lunchen.
Lisa bedient er aan de tafeltjes en in haar zwarte broek en witte blouse ziet ze er vlot uit. Ze verdiend er een leuk zakcentje en krijgt op deze manier ook veel ervaring met werken, mensen aanspreken en alles wat er bij komt kijken. De leukste momenten zijn als ze een bestelling af geeft aan het loket van de keuken. Ze tikt dan altijd even kort op het koperen belletje waarna één van de jongens die er werken haar briefje aanpakt.
Op dezelfde dag dat Lisa hier kwam werken was het ook de eerste dag voor iemand die ze kent. En diegene draait zich nu om als ze op het belletje tikt.
‘Hoi Lisa.’ zegt hij en kijkt haar vrolijk aan.
‘Hé Moes.’ Ze wijst even snel naar de bestelling.
‘Dit broodje gezond moet zonder kaas, ok?’
Moes salueert met een vlakke hand tegen zijn slaap waardoor Lisa ook in de lach schiet.
‘Komt er aan baas.’
Lisa weet dat Moes een rottijd achter de rug heeft. Eerst dat ongeluk van zijn broer. Toen de hele heisa rondom de oplichtingen en het politieonderzoek. Door zijn medewerking had hij uiteindelijk een milde taakstraf van veertig uur opgelegd gekregen en die lost hij op doordeweekse middagen in. Op zaterdag werkt hij hier in de keuken als jongste bediende en Lisa weet dat hij daar heel blij mee is.
‘Baas?’ zegt ze quasi beledigd.
‘Geef mij twee jaar hier en ik zet alles naar mijn hand. Voor je het weet ben ik de directeur van deze zaak.’
Er valt een stilte waarbij Lisa een hand voor haar mond slaat.
‘Dat was niet zo’n handige opmerking hè?’ mompelt ze.
Moes schudt zijn hoofd maar ondertussen krullen zijn lippen alweer omhoog.
‘Eerst maar even op een eerlijke manier wat geld verdienen. Dan zien we later wel wat we worden.’
Lisa glimlacht verontschuldigend naar hem en wil zich omdraaien op weg naar de volgende bestelling.
‘Hé Lisa, wat doe je vanmiddag na het werk?’
Ze haalt even haar schouders op.
‘Geen plannen.’
‘Heb je misschien zin om weer even bij te kletsen?’
Moes kijkt haar aan en ziet dat ze hem eerst een knipoogje geeft en dan knikt.
‘Zullen we na vieren dan even aan de overkant gaan zitten?’ Ze gebaart met haar duim over haar schouder naar het kleine stadscafeetje waar onder de bomen een paar tafeltjes staan.
Moes knikt enthousiast.
‘Dan ga ik nu maar dat broodje gezond maken.’
‘Zonder kaas hè!’ benadrukt Lisa haar bestelling waarna ze beiden met een nog grotere glimlach weer aan hun werk gaan.

Op de weekplanning staan achter wagen 15 twee namen. Mereyem en Marco. Ze is heel blij met haar promotie want nu kan ze eindelijk haar ervaring delen met een nieuwe collega. Marco is net klaar met de opleiding en staat te popelen om achter het stuur van een politiewagen plaats te nemen. Dat betekend dat Meryem nu in de bijrijdersstoel plaatsneemt en alle communicatie met het bureau verzorgt. Het is een goed gevoel om verlost te zijn van Raymond. Natuurlijk heeft ze in de eerste jaren veel van hem geleerd maar als je zo lang met dezelfde persoon in één wagen zit, week na week, dan is het een hele verademing om nu zelf eens de leiding te hebben.
Haar nieuwe collega is vriendelijk en leergierig. De eerste dagen rijden ze voornamelijk de routinerondes waarbij ze Marco veel uitlegt over de werking en de extra’s van de auto. Ze verkennen de moeilijke buurten in de grotere dorpen en ze rijden de spaarzame bureaus af zodat het voor Marco wat meer bekend terrein wordt.
Na de grote gebeurtenissen aan het begin van de zomer is het al weken rustig en nu met Marco achter het stuur komt Meryem ook meer in een rustige maar gedegen werkflow. Vanochtend brengen ze een bezoek aan een klein winkelcentrum waar afgelopen nacht wat ruiten waren ingeslagen. Na het maken van foto’s en afspraken met twee winkeliers voor het opmaken van een proces verbaal stappen ze weer in.
‘Waarheen?’ vraagt Marco.
‘Het is nog vroeg dus laten we over de buitendijk terug rijden naar het bureau.’ zegt Mereyem. ‘We hebben alle tijd.’
Uit haar rugzak haalt ze het plastic bakje wat ze gisteravond in de supermarkt heeft gekocht.
‘Even wat eten hoor, ik heb trek gekregen.’
‘Yep!’ Marco knikt maar houdt zijn blik op de weg.
Ze trek het dekseltje van het bakje en prikt dan een lekkere gemarineerde olijf aan een vorkje. ‘Lekker zout, en pittig.’ denkt ze en steekt de volgende steenvrucht in haar mond. Dan roert ze wat in het bakje en vist een hele knoflookteen uit de olie om hem vervolgens knarsend tussen haar kiezen in twee stukken te bijten. Ze kijkt naar de rustige weg voor zich en naar het voorbij glijdende landschap.
Naast haar kijkt Marco met een schuin oog naar het plastic bakje alsof hij een inschatting wil maken hoelang het versnaperen van de olijven in knoflook nog gaat duren. Als hij zijn conclusie heeft getrokken bediend hij heel onopvallend een knopje dat zich op de armsteun van zijn portier bevindt. Zachtjes zoemt het zijraampje een stukje open waardoor er weer wat frisse lucht in de auto stroomt. Mereyem heeft niets in de gaten en prikt in één beweging een olijf èn een knoflookteen aan haar vork om die vervolgens in haar mond te laten verdwijnen.

De zomer loopt op zijn einde en in de avond wordt het al weer vroeger donker. De houtblokken op de schaal vormen een heerlijk warm en gezellig vuurtje. Vicky komt vanuit het huis met een dienblad naar buiten. Op het blad staan drie grote bekers met dampende thee en daarnaast ligt een grote reep melkchocolade. Op het kleine bijzettafeltje zet ze het blad neer waarna ze een paar flinke brokken van de reep afbreekt.
‘Hier staat jullie thee mannen. Maar kijk uit, want hij is nog heet.’
Wel deelt ze de chocolade rond die door Charl en Wes gretig wordt aangepakt.
‘Het is weer een lekker vuurtje Sjarlie’ voegt ze er aan toe terwijl ze naast hem op het tuinbankje gaat zitten.
Wes knikt.
‘Jullie hebbe ut goe hier.’
Hij schuift nog wat onderuit in zijn tuinstoel zodat zijn grote voeten iets dichter bij het vuur komen te liggen.
‘Heerlik hoor.’
Met smakkende mond zuigt hij op de brok chocolade zodat het niet helemaal duidelijk is of hij het over het de vuurgloed op zijn voeten heeft of over de zoetigheid in zijn mond.
Charl slaat ondertussen een arm om Vicky heen en geeft haar een kus op haar wang. Zo zitten ze even gedrieën in het vuur te staren. Af en toe knettert het hout waarna er boven de vlammen kleine vonkjes opstijgen in de hete luchtstroom. Wes schuift wat heen en weer alsof hij iets wil zeggen.
‘Waar denk je aan Wes?’ vraagt Vicky.
De grote man trekt even zijn schouders op alsof hij een klein verlegen jongetje is dat niet durft te praten.
‘Ik…, wulde oe efkes zegge da…’
Vicky blijft hem rustig aankijken terwijl Charl een beker thee pakt en hem aan Wes geeft. Wes blaast even over de rand van de beker en lacht dan weer verlegen.
‘Nou ja… Jullie hedde me goe gehollepe hé.’
Vicky knikt.
‘Het gaat toch ook veel beter nu?’
Charl pakt de andere twee bekers en geeft er eentje aan Vicky terwijl hij de andere voor zich omhoog steekt.
‘Er zijn in het verleden veel vervelende dingen gebeurd, maar wij laten ons niet meer bang maken.’
Wes volgt het voorbeeld en steekt ook zijn beker thee in de lucht.
‘Angst is moar vor efkes, spiet is vor altied.’
Vicky lacht en zegt ‘Op alle lieve mensen om mij heen.’
De drie bekers klinken zachtjes tegen elkaar waarna er drie blazende monden voorzichtige slokjes nemen. Op hetzelfde moment klinkt er in de donkere tuin achter het vuur een hard geblaf. Vlekkie en Blackie rennen tevoorschijn waarbij de ene zich tussen de benen van Charl probeert te verstoppen en de andere tegen Vicky omhoog springt. Zodra ze gaat zitten springt Vlekkie bij haar op schoot. Dan is er in het schijnsel van de vlammen nog een paar gloeiende lichtpuntjes te zien. Vanuit het struikgewas lijken de ogen naar het gezelschap rond het vuur te zweven. Wes ploft terug in zijn stoel en houdt beide armen voor zich uitgestrekt alsof hij een naderend onheil wil afweren. Dan verschijnt de grijze vacht van een oude herdershond in de lichtcirkel.
‘Kum moar jungske.’ zegt Wes zacht.
In zijn uitgestrekte handen schuift als vanzelf de kop van Joe. De hond blijft even staan terwijl Wes hem achter de oren aait en dan zachtjes de wilde bos grijze borstharen glad wrijft. Joe kreunt zachtjes terwijl zijn staart gevaarlijk dicht bij de brandende houtblokken zwaait. Wes trekt hem aan zijn halsband iets naar zich toe waarna de oude hond zich langzaam op zijn hurken laat zakken terwijl hij zijn kop op de knieen van zijn baas legt.
‘Je hebt er een goede vriend aan Wes.’ zegt Charl.
Wes knikt.
‘Ja, dieje schumpes is meer as un kameraad. Met um ben ik nerreges meer bang voor. Zellufs nie vor ut duuster.’
Blackie komt weer voorzichtig dichterbij en gaat voor Joe op zijn rug liggen. De oude hond kijkt met schuine ogen naar het drukke mormel dat hem zojuist, met het spelen in de tuin, nog in zijn staart had gebeten. Joe vindt het wel even mooi geweest en blijft lekker bij zijn baasje zitten.

Het is een mooie avond en de drie mensen en evenzoveel trouwe viervoeters zitten nog een poosje om het vuur. Wanneer de vlammen doven en er alleen nog gloeiende kolen in de vuurschaal liggen, is de sterrenhemel boven hen nog beter zichtbaar. Wes wijst een paar heldere sterren aan in de vorm van een huisje met een puntdak.
‘Des de Voerman. Zo numden ze vruuger een straffe vent die wel vier pèrden vor un rijtuig kon mennen.’
‘Die sterke vent, dat ben jij dan Wes.’ zegt Vicky, waarna ze naar boven wijst.
‘Zien jullie die zeven sterren hier recht boven ons?’
‘Ja natuurlijk,’ zegt Wes, ‘dat is de grote beer.’
‘Nee hoor,’ antwoord Vicky, ‘dat is mijn lieve Sjarlie.’
Charl kijkt haar verbaasd aan.
‘Hoezo?’
‘Nou , jij kookt altijd zo lekker en dat is jouw steelpannetje.’
Ze lachen allemaal en kijken weer naar de mooie sterrenlucht.
‘Hé Wes, moet je daar eens kijken, die vijf sterren.’
Charl wijst met een zigzaggende vinger naar de hemel.
‘Dat is de letter W. Wie weet waar die letter voor staat?’
Vicky roept meteen ‘Voor Wes!’ maar Charl schudt zijn hoofd.
‘Nee, Wes heeft al een sterrenbeeld toch?’
Wes steekt een vinger op ‘Da wit ik, das den W van Werk in uitvoering.’
Charl schudt opnieuw zijn hoofd.
‘Ik zal je iets vertellen Wes. Omdat Vicky zo sterk is, noem ik haar weleens Vicky de Wiking, je weet wel, in plaats van…’
‘Ja, Wiekie den Vieking.’ vult Wes aan waarna hij grinnikt.
‘Ja precies.’ zegt Charl.
Vicky lacht hardop en heft een arm op waarvan ze een flinke spierbal aanspant die door Charl zachtjes wordt geaaid.
Wes knikt serieus en zegt ‘Ja, Charl, da klupt inderdaad. Want da is ut sterrenbeeld Cassiopeia. En witte wat den bijnaam van dieje sterrenbeeld is?’
Vicky en Charl kijken hem vragend aan. Wes glimlacht even.
‘De kunnigin van de nâch.’
Vicky hapt even naar adem en Charl kijkt met grote ogen opnieuw naar de grote letter W aan het firmament. Dan kijkt hij Vicky aan die ondertussen de op haar schoot in slaap gevallen Vlekkie over zijn kopje aait.
‘Mijn Koningin.’ fluistert hij zacht.
Hij ziet haar gezicht stralen en dan geeft ze hem een luchtzoen.

Het avontuur van Vicky en Charl is bijna afgelopen. Morgen volgt er nog een epiloog zodat het hele verhaal nog dit jaar is afgerond. In 2024 maar weer zien of er zich nog meer schrijfsels in de breedte aandienen.

4 comments on “Werk in Uitvoering -21- W

  1. Heerlijk genoten van je verhaal.
    Iedere dag gelijk in logen op je website na het e-mailtje dat er weer een nieuw hoofdstukje was.
    Na het lezen van het hoofdstuk, in spanning achter blijven en benieuwd zijn hoe het verhaal verder gaat.
    Nu helaas dit verhaal afgelopen.
    Grote bedankt voor de uurtjes die je me bezig heb gehouden met deze uitgave.

    Ton

  2. Jammer dat het weer bijna klaar is!!
    Zeker weer genoten van de schrijfsels.
    Leren naar jezelf te kijken ook….
    Pindakaas versus olijven en knoflook.
    Kus
    Wilco

  3. Eind goed al goed…Wel jammer dat het al weer afgelopen is..ik zal het missen zo bijna dagelijks een verhaal.
    Dit is er weer zo eentje voor in je nieuwe boek en dat er nog veel breedteschrijfsels zullen volgen.
    Bedankt dat ik mocht mee lezen in je mooie spannende verhaal XXX

Reageer